EKSPO 7
Marc Palmer & Roeland Zijlstra

Binnen de ontwikkelingen van de hedendaagse schilderkunst nemen Marc Palmer en Roeland Zijlstra een bijzondere plaats in. Sinds de conceptuele schilderkunst van Richter en Tuymans, is de schilderkunst die zich rechtstreeks baseert op fotografie de norm. Vandaag in 2018 is het vanzelfsprekend dat jonge schilders rechtstreeks naar foto schilderen.

Het fotoschilderen is de norm en dat maakt elke schilder die van die norm afwijkt bijzonder. Neem nu Roeland Zijlstra en Marc Palmer. De eerste is een in België verzeild geraakte Nederlandse kunstenaar die regelmatig op café mensen observeert door ze te tekenen, de tweede een Belg met Britse trekken die voor een nieuwe reeks tekeningen van markante Brusselse cafégevels van een direct waargenomen werkelijkheid vertrekt.

Natuurlijk is ook het werken naar fotografie deze twee kunstenaars niet vreemd. Voor de meeste van zijn werken vertrekt Marc Palmer van beelden uit de wereld van reproducties, maar dat maakt het moment waarop hij niet door de bril kijkt van de beelden die op onze schermen verschijnen, des te opmerkelijker.

Naast het realisme in de kunst van Palmer en Zijlstra is er ook een andere element dat hen bindt en dat is hun voorkeur voor volkse figuren. Binnen het midden- en hogere klasse kader van de hedendaagse kunst, zou je bijna vergeten dat er ook nog een volkse klasse bestaat en ook dat is iets wat hun kunst tot een verademing maakt.

Ook al krijgen de waargenomen figuren in de schilderijen en tekeningen van Zijlstra een licht grotesk kantje. Toch lijkt het alsof je na jaren alleen maar in midden- en hogere klasse kringen hebt door gebracht, dat je een deel van de maatschappelijke wereld binnen stapt, waarvan je het bestaan wel vermoedde, maar waar je, door allerlei factoren volledig van vervreemd bent geraakt. Iets wat me ook opvalt in de wereld die tot leven komt in de werken van Marc Palmer.

Mispak u ook niet aan hun stijl, want ook daar zijn de begrippen die daarvoor doorgaans gehanteerd worden, misleidend. De bonte kleuren die de figuren van Zijlstra krijgen, de arabeske lijnvoeringen, de fauvistische kleurcontrasten in één gezicht en de afgelijnde figuren, zijn niet die van een kunst die aansluiting zoekt bij de outsider art.

Net zomin als de vlakke behandeling van de Brusselse cafégevels of de gedrongen perspectieven op fel ingezoomde delen van  Britse brutalistische architectuur, of zijn koude lichten op zijn versteende gezichten van Marc Palmer, zich in een hoek van de auto-didact laten plaatsen.

Kunst voor de massa? Neen kunst van de massa. Niet bekeken door de bril van de fotografie, maar door de ogen van de kunstenaar die hen recht in de ogen ging kijken.

Jeroen Laureyns (Agentschap voor Geestelijke Gastarbeid, De Belgische sectie)

  Roeland Zijlstra

 

 

 

 

Marc Palmer

In Et Oeis Van’t Brussels / koêmer Julien Vrebos tot en met eind juni 2019